U bent hier

De fiscale spelregels van de poolauto

30 maart 2016
Steeds meer bedrijven maken gebruik van deelauto’s. Uit het meest recente Nationaal Zakenauto Onderzoek blijkt dat gemiddeld 32% van de bedrijven auto’s voor algemeen gebruik heeft. Bij wagenparken van meer dan 50 auto’s loopt dat zelfs op tot 69%. Toch zijn de fiscale spelregels van deze auto’s vaak onbekend.

Uitsluitend voor zakelijke ritten?
Wordt de deelauto uitsluitend voor zakelijke ritten gebruikt, dan “staat de auto niet ter beschikking”, in de zin van de loonbelasting. De bijtelling is dan niet van toepassing. Voor de zekerheid is het dan wel aan te bevelen de auto te voorzien van een black box die een sluitende rittenregistratie bijhoudt.

Wel privé?
Veel werkgevers staan echter ook toe dat een medewerker zo’n deelauto privé gebruikt. Dan geldt in principe inderdaad gewoon de hoofdregel voor het belasten van het privégebruik van de auto via de bekende “bijtelling” op het loon. Maar voor welke periode geldt dat dan? En bovendien, wat gebeurt er als meerdere collega’s af en toe privé gebruik maken van de deelauto? Dat zijn best lastige vragen. Feitelijk loopt de belastingwetgeving op dit punt achter bij de deeleconomie. Om onduidelijkheid weg te nemen en privégebruik zónder bijtelling mogelijk te maken, heeft de Vereniging van Nederlandse Autoleasemaatschappijen (VNA) met de belastingdienst een regeling getroffen.

Regeling voor privégebruik
De regeling houdt in dat de bijtelling niet van toepassing is als er aantoonbaar een zakelijke huurprijs wordt betaald voor het gebruik van de deelauto. Voor de bijtelling telt deze auto dan als niet door de werkgever ter beschikking gesteld. Voor een auto in het B-segment, bijvoorbeeld een Volkswagen Polo, is het dagtarief in 2016 € 50 en het dagdeeltarief € 32. Als voorwaarde geldt dat voor de deelauto een rittenregistratie wordt bijgehouden waaruit blijkt wanneer de auto is gebruikt en hoeveel kilometers er per rit zijn gereden. Bij voorkeur is zo’n rittenregistratie voorzien van een keurmerk van de Stichting Keurmerk Ritregistratiesystemen. Deze regeling biedt een goede mogelijkheid om de deelauto zónder bijtelling privé te kunnen gebruiken.

Bijzondere regeling bestelauto’s
Voor bestelauto’s geldt overigens een bijzondere regeling. Als er aantoonbaar sprake is van doorlopend wisselend gebruik van een bestelauto, kan het privégebruik worden ‘afgekocht’ via een eindheffing van de loonbelasting. Die bedraagt dan 300 euro per bestelauto per jaar. Dat bedrag wordt door de werkgever voldaan. De werknemer ziet er op zijn loonstrook niets van. Het onwaarschijnlijk lage bedrag geeft al wel aan dat het een bestelauto moet zijn waarmee veel gewisseld wordt en waarvan de mogelijkheid tot privégebruik klein is. Omdat exacte regels ontbreken over de vereiste mate van wisselen van berijder, is het aan te raden om deze regeling vooraf met de Belastingdienst af te stemmen.