U bent hier

Onderzoek: geen alternatief voor de auto

Is er een alternatief voor de auto?

03 mei 2017
Hoe gaan we in de toekomst van A naar B? Bij de helft van de Nederlandse automobilisten staat de auto nog op de eerste plek: 51 procent ziet op dit moment geen alternatief voor de auto. Dat blijkt uit een onderzoek dat Maurice de Hond in opdracht van RAI Vereniging heeft uitgevoerd.

Voor de meeste Nederlanders is de auto het meest praktische vervoersmiddel om snel op de eindbestemming te komen. Voor net iets meer dan de helft vormen andere reismethoden zoals het openbaar vervoer of de fiets, geen goed alternatief. Van alle reizigers samen, inclusief automobilisten, komt dat percentage uit op 42 procent.

Stimuleren van ov of fiets
Volgens Steven van Eijk, voorzitter van de RAI Vereniging, is er voor het volgende kabinet een belangrijke taak weggelegd. De overstap tussen vervoersmiddelen moet veel aantrekkelijker worden. Dat kan onder meer door het investeren in slimme technologieën, infrastructuur en (fiscale) prikkels. Het stimuleren van het gebruik van het openbaar vervoer of bijvoorbeeld het bieden van financiële voordelen aan fietsers kan daarbij helpen.

Combineren van vervoersmiddelen
De reiziger moet in de ogen van RAI Vereniging een centrale plek krijgen in het mobiliteitsbeleid en de mogelijkheid hebben om verschillende vervoersmiddelen te combineren. “Bijna de helft van alle reizigers heeft echter geen alternatief en bij automobilisten is dit meer dan de helft. Dit is belangrijke input voor de politieke partijen die nu keuzes moeten maken hoe onze mobiliteitsproblemen worden aangepakt.”

Ogen openen voor toekomst
Bij het oplossen van deze problemen is het belangrijk om de ogen te openen voor de toekomst. Zelfrijdende auto's en nieuwe technieken zullen het mobiliteitssysteem bepalen. Van Eijk vindt dat de politiek een belangrijke taak heeft bij het uitrollen en ontwikkelen van nieuwe technieken en het bieden van alternatieven om overstappen naar andere vervoersmiddelen aantrekkelijker te maken. Hij pleit voor het afsluiten van een mobiliteitsakkoord met een volgend kabinet.